ankor-fiets

Ankor wacht & Ankor pracht

Cambodia en Angkor Wat, je kan het één niet zonder het andere doen. Daarom bewaarden wij deze ultieme toeristische bestemming ook tot het allerlaatste. Om enerzijds Cambodia als land een goede kans te geven, en anderzijds om in schoonheid te eindigen. Meer zelfs: we bewaarden de meest legendarische tempels (Ankor Wat en Ankor Thom) tot de allerlaatste dag in Cambodia.
ankor-relief ankor-aap
In Siem Riep geraken was ook al niet vanzelfsprekend. We zouden een nachtbus nemen vanuit Sihanoukville, maar die was helaas al helemaal volgeboekt. Noodgedwongen dus een extra nacht aldaar, en de volgende ochtend een legendarisch trage en hobbelige bus op. Een hele dag rammelen was ons vooruitzicht. Na pakweg vier uur  rijden op een eerste bus, moesten we in Phnom Penh overstappen. Een tuktuk stond ons en een ander toeristenkoppel met kinderen op te wachten, en sjeesde ons naar een ander busstation. De bus stond enkel nog op ons te wachten, en zat uiteraard al afgeladen vol. Wij hadden gelukkig nog net plaats achterin, dat andere koppel (reizigers zou ik ze niet noemen, eerder ‘dolers’) mocht plaatsnemen op de ondertussen gekende en gevreesde plastieken middengangstoeltjes. De kindjes werden op schoten van locals gehesen. Nu zou je denken, “Ankor Wat ziet zowat 20 miljoen bezoekers per jaar, de weg tussen hoofdstad PP en Siem Riep zal wel deftig zijn”… Je voelt me al aankomen!

Ruim 14u na ons ontbijt in SHV konden we dan toch in ons bedje in Siem Riep ploffen! Tophotel trouwens, dat we via Agoda.com vonden: Banyan Leaf Hotel: piekfijne kamer, supervriendelijk personeel, een zwembadje en ontbijt inbegrepen, voor slechts 15€ per nacht, aanrader!

We hadden al menig ander reiziger gevraagd hoe zij Ankor Wat hadden gedaan. De site bevat minstens 40 tempels, en hoewel de meesten zeiden dat je de belangrijkste op één dag kan doen, wilden wij er ons toch wat meer in laten ‘onderdompelen’. Je kan pasjes kopen voor één dag op de site (20$), drie dagen die niet op mekaar hoeven te volgen in één week (40$) of voor 7 dagen (60$). Zo’n tempelfreaks zijn wij nu ook weer niet, dus leek ons drie dagen de ideale middenweg. In de vraag ‘hoe’ je Ankor Wat kan doen, zit ook het vervoersmiddel vervat, omdat er heel wat mogelijkheden zijn: met een touroperator (de Chinese manier zeg maar), een tuktuk charteren (de speedy methode), met de brommer (brommers worden niet te huur aangeboden in Siem Riep, een slag thuisgehaald voor de tuktuk-maffia, dus eigenlijk gaat dat niet), met de fiets, te voet, olifant, (niet ok voor die beestjes!) met een gids,…
ankor-roest ankor-olifanten

Lonely Planet heeft zich ook zeer verdiept in het ‘hoe’, en raadde ons aan om dag 1 een tuktuk te charteren voor de verdere tempels, dag twee met de fiets zodat je vooral zelf kan kiezen, en dag 3 te voet voor de belangrijkste tempels. Dat leek ons wel een strak plan! Onze fietsen stelden op dag twee wel wat teleur (alle stadsfietsen zijn hier veel te laag voor onze lange Westerse benen), en dus besloten we om dag drie top-moutainbikes te huren, hebben we geen spijt van gehad!
ankor-tuk-tuk ankor-fiets

Om hier nu elke tempel apart te beschrijven, daar heeft niemand veel zin in denk ik (lezen noch schrijven), maar hierbij enkele van onze meest memorabele ‘momenten’:

  • Tempel Ta Som: voor zijn legendarische boomwortels die rond de tempel krullen
    ankor-boom
  • Tempel Ta Phrom: mijn favoriet! Ook gekend als de jungletempel of de Lara Croft-tempel. Deze grote tempel is helemaal ‘ingenomen’ door de jungle, met weer een heleboel bomen die zich met hun gigantische wortels om de stenen heen vergrendeld hebben, gifgroen mos, rotsblokken overal om over te klimmen…
    ankor-ta-prom ankor-ta-phrom-2
  • Tempel Spaen Thmor: met zijn gigantisch steile trappen, waar je met handen en voeten op moet klouteren. Bij ons zou dat allemaal niet mogen omwille van veiligheid, maar dat maakt het des te plezanter hier natuurlijk.
    steile-tempel
  • Ankor Wat bij zonsopgang: die bewaarden we voor onze laatste dag. Om kwart voor 5 bedje uit, onze supersonische MTB’s op voor een ochtendworkout die kan tellen, met een beloning die dat alle inspannning in een vingerknip doet vergeten. Je kan op verschillende plekken genieten van de zonsopgang: eerst voor de tempel, die prachtig gereflecteerd wordt in de vijver, dan ga je de omwallingen binnen, en zie je de zon langs de prachtige silhouetten van de tempel omhoogkruipen, om dan ten slotte binnen te gaan, en in het zachte ochtendlicht de mooie reliëfs in de tempel te bewonderen, terwijl er nog niet veel volk ronddwaalt. Majestueus! Gelukkig blijven de grote toeristenbusladingen buiten de tempel voor de zonsopgang, en gaan dan terug naar Siem Riep voor het ontbijt.
    ankor-nacht ankor-sunrise
  • Vervolgens gingen wij naar Bayoke, de tempel van Ankor Thom met de honderden gezichten. Ook die baadden in het heerlijke ochtendlicht, met een gelukzalige glimlach op hun smoel, echt prachtig!
    ankor-thom ankor-zonneklopper
  • In Ankor Thom is een ‘verjunglede’ verboden stad, die verrassend genoeg perfect te verkennen is met de mountainbike. Ik denk niet dat er veel ‘coolere’ mountainbiketracks bestaan dan dit, met al zijn boomwortels, steile smalle padjes en tempelruïnes die voor je opdoemen. Of het echt mocht, dat valt te betwijfelen, maar niemand leek er echt erg in te hebben.
    ankor-mtb
    ankor-beeldjes
  • Op de weg tussen Ankor Wat en Ankor Thom resideert trouwens een troep best wel vriendelijke, zij het ondeugende makaken. We hadden ze al gespot op onze eerste dag met de tuktuk, dus dag twee met de fiets was dat een verzekerde stop voor ons. Terstond springen enkele aapjes in het mandje van Frederic’s fiets, en hadden meteen een flesje water opengepeuterd. Zelf uit de fles drinken konden ze niet, maar met een beetje hulp…Uit het niets verscheen een fruitverkoper, en terwijl ik een dollar bovenhaalde om een tros bananen te kopen voor de aapjes, was er al één aan de haal met de ganse tros! Frederic stond erbij en keek ernaar. Als troost gaf de fruitverkoper ons een zakje maïs, dat de enthousiaste aapjes ook maar al te graag lustten, er vatte er zelfs één post op mijn schouder om zijn portie op’t gemakske op te eten. De volgende dag passeerden we nog eens langs onze nieuwe vrienden, en vandaag waren ze in een hyperactieve bui, en slingerden ze wild rond in de bomen, en lieten zich dan met een geweldige plof in een diepe plas onder de boom vallen, echt geweldig om te zien!
    ankor-fre-fiets-aap ankor-fre-water ankor-monkey ankor-caro-monkey
  • Op de tweede dag gingen we ook naar de zonsondergang kijken op de heuveltempel Phnom Bakeng, helaas wel niet als enigen… En echt veel zonsondergang was er ook niet te zien, te bewolkt en niet de juiste tijd van het jaar.
    ankor-sunset
  • Tussen tempeldag twee en drie lasten we trouwens een rustdagje in, om niet te snel ‘temple-fatigue’ te krijgen. Siem Riep is ook een leuke stad, met vele lekkere restaurantjes, én een minigolf in thema van Ankor Wat (Pol Put, zoals één van mijn Facebookvrienden het gevat noemde). Winnen deed ik niet, maar ik kreeg wel een gratis biertje voor een hole-in-one, ha!
    foto (1)
    ankor-ons

coconuts

Rozemieke & Filiberke op paradijseiland

We hadden het al erg naar ons zin in kuststadje Kep, en dan waren we nog niet naar het bekendste paradijs van Cambodia geweest: Sihanoukville en de eilandjes.

Tussen Kep en SHV passeerden we ook nog even in Kampot, dat we vonden dat weinig te bieden had na lovely Kep. We gingen er wel naar Bokor Hill Station, een oud koloniaal Frans toevluchtsoord, waar we enkele leuke plaatjes konden schieten, en een leuk Leuvens koppel ontmoetten.

rong-casino-2 kampot-casino bokor
In Kampot hebben we ook heerlijk gegeten (ik wijd nog een blogpost aan mijn favoriete eetplekjes in Cambodia), maar verder heeft dit stadje dus niet zoveel te bieden. Goed voor een dag of twee zeg maar.

Sihanoukville is razend populair, en dus bijgevolg ook heel toeristisch. Er zijn verschillende stranden, voor elk wat wils. De eerste paar nachten vatten wij post in de leuke Malibu Bungalows, die langs een heuvel lagen, met uitzicht op ‘t zeetje. Het regende wel zo goed als heel de tijd, dus was het voor ons vooral filmpjes kijken, en konden we ook zelfs sattelietTV kijken met BVN. Zwaai zwaai Martine Tanghe!

Onze bungalow lag niet zo ver van het Serendipity strand, het bekendste in SHV, en dus bijgevolg ook het minst mooie: heel vuil en vele scruffy barretjes. Het partystrand zeg maar. Niet meteen een aanrader dus, maar onze bungalows hadden wel een klein privéstrandje, dus eigenlijk geen probleem.

Enkele dagen later namen we de ferry naar Koh Rong, een paradijselijk eilandje voor de kust van Sihanoukville. En het wàs ook echt een paradijsje: prachtig wit zand en appelblauwgroene zee, eindeloze stranden met bungalowtjes om te slapen, gezellige barretjes, geflankeerd door jungle, géén wegen en dus ook geen razende brommers en toeterende auto’s… Helaas geen ‘monkeybutlers’, anders had het helemaal ‘Jommeke op paradijseiland’ geweest, mijn favoriete stripalbum van weleer.
hutjes-koh-rong rong-beach
En tja, wat doet een mens op zo’n eilandje? Niet veel hé, gewoonweg genieten! Lange strandwandelingen, véél zwemmen, cocktails nippen. En oh ja, wat het paradijs compleet maakte: als je ‘s nachts ging zwemmen, lichtte het plankton in het water op, echt magisch! We deden ook nog een boottochtje, maar dat had bijna slecht kunnen aflopen. We konden op een bepaalde plek gaan snorkelen, maar eigenlijk was het water er veel te ondiep, waardoor je je pijnlijk kon snijden aan het koraal met je voeten (wat ook gebeurde bij Frederic), en bovendien stond er nog eens een hele zware stroming, waardoor we plots heel ver afgedreven waren. De boot is ons letterlijk uit de open zee moeten komen vissen.
rong-strand rong-3
Ik denk dat we uiteindelijk een dag of vier op Koh Rong verbleven, maar hadden eigenlijk nog geen zin om al weg te gaan van de zee. Terug in Sihanoukville lieten we ons naar een ver strand brengen, Otres, waar de iets meer ‘upscale’ plekjes waren. Otres 1 is ook nog vrij druk, maar nog een stukje verder, aan het rustigere Otres 2 vonden we nog zo’n paradijsje: een hotelletje met luxebungalows en een ronduit heerlijke strandbar, gerund door een Duits-Cambodiaans koppel: Elephant Garden Resort. Zij hadden duidelijk kennis van zaken, en we voelden ons daar zo goed thuis! Bovendien serveerden ze er heerlijk eten, en was het allemaal heel goed betaalbaar. Echt één van mijn favoriete plekjes in Zuid-Oost Azië tot nu toe!
otres-relax otres-boot otres-beach kindjes khmer-volcano happy-otres elephant-garden beach-caro

sunset3

Kep has it all!

Sinds dat we Halong Bay verlaten hadden, hadden we al héél lang ‘t zeetje niet meer gezien. De Mekong was dan onze rode draad doorheen de reis. Maar ‘t zilte water leek ons te roepen, en waren we heel tevreden eindelijk de golven terug te kunnen aanschouwen, meerbepaald in Kep. En Kep was nu eens alles waar we écht behoefte aan hadden!

Kep heeft rust!
Kep was ooit een vakantie-oord voor de Fransen, in de jaren ’60. Met de burgeroorlog en het Pol Pot-regime is het daar allemaal in verval geraakt, en dat verlaten sfeertje hangt er nog altijd een beetje. Kep is ook geen badstad zoals we ze meestal gewend zijn, met een dijk, wit zand en veel toerisme. Er is maar een kort stukje strand, en daarnaast een hele strook met gazebo’s met hangmatten. Veel relaxed er dan dit kan het toch niet worden, niet?
fietsen4 relaxed-freetje
We vonden er ook een heerlijk plekje om te logeren: een pas geopend guesthouse, gerund door 2 Fransen: Oasis (nog geen website). We waren er de enige gasten, en hadden dus ‘het kot’ voor onszelf: naast onze piekfijne bungalow was er ook een gezamelijke open ruimte met bar, pooltafel en heerlijke ‘hangzetels’. We zouden er nog veel meer tijd hebben doorgebracht, ware het niet dat er ook best wel wat in Kep te beleven valt…

chill
Kep heeft lekker eten!

welcome-krab
Kep staat bekend voor zijn heerlijke krab. En daarnaast zijn er ook nog tal van peperkwekerijen in de buurt. Kep krab met Kampot peper, een match made in heaven! Je kan de krab er op de markt eten, maar er was ook de heerlijk mondaine ‘Sailing Club’. Gelukkig niet zo ‘bekakt’ als pakweg ‘Au vieux port’ op het Antwerpse Eilandje, maar gewoon een prachtige plek met heerlijk eten. Ik was er helemaal weg van! Daarnaast kan je ook nog krab eten aan één van de vele restaurantjes langs de vismarkt, ook héél goed!
seafood
Heerlijke seafood schotel in de Sailing Club
sailing-club
Sailing club
kep-krab2
Kep met Kampot peper, in één van de crab-shacks
kep-krab krabbetjes-kiezen
Locals kiezen verse krab
cocktail
vismarkt
Kep heeft prachtige natuur

Niet alleen is de kustlijn heel mooi, er is ook een mini nationaal park, waar je oftewel kan rondfietsen, zoals we op één van de dagen daar deden, maar je kan er ook door wandelen. Er is een extreem bewegwijzerd wandelpad, met tal van informatie over de lokale fauna en flora. Voor één keer is niet een superzware wandeling met gids, dat mag al eens. In de heuvels rond Kep kan je trouwens ook oude vervallen Franse villa’s vinden, waar je naar eigen wil ik kan ronddwalen. Urbex in Cambodia!
park park-tuk-tuk
Voor wie echt niet wil stappen: je kan de ‘wandeling’ ook met een tuktuk doen :-). 
monkeys kep-urbex urbex
Op een andere dag huurden we een brommertje om de grotten in de buurt te bezoeken: in één van de grotten is er een tempel, waar je wordt rondgeleid door een bende opdringerige kindjes, die allemaal in kanon dezelfde uitleg aframmelen. Daardoor waren we dus minder gecharmeerd, maar het landschap rondom was ronduit prachtig! We bezochten ook nog een peperplantage, waar ik uiteraard mijn voorraadje voor thuis insloeg.

grot tempelgrot pepper-farm peper
Wat heeft Kep niet?

Een bankautomaat (ATM). Best op voorhand geldtanken dus ;-).
sunset pier golven

slowloris

Tijgerpis, olifantentuf en aapjeskaka: een geweldige dag @Phnom Tamao Wildlife Rescue Centre

Zoals je misschien al gelezen had, waren we een beetje teleurgesteld dat we amper een aapje gezien hadden bij The Gibbon Experience. Na twee maanden reizen hadden we eigenlijk zo goed als nog geen enkel dier gezien (kakkerlakken en muggen niet meegerekend), en het zou er hier van moeten stikken, in Zuid-Oost Azië!

En toen kwamen we in onze Lonely Planet tegen dat je een ‘behind the scenes’ tour kan doen in de zoo vlakbij Phnom Penh. Na wat opzoekingswerk kwamen we tot 2 constataties: 1. De reviews zijn lovend! 2. Het is verdorie erg duur: $150 per persoon. Slik! Maar na nog wat verder zoeken, blijkt dat het geld gezien wordt als een donatie, om het project te ondersteunen. Ach ja, we zullen dit jaar toch geen balpennen van de Damiaanactie of rodekruisstickers kopen, dus gingen we ervoor!

Het Phnom Tamao wildlife centre is trouwens niet zomaar een zoo, maar een opvangcentrum voor geredde dieren. Als enige land in Zuid-Oost Azië, is het in Cambodia verboden om wilde dieren als huisdier te nemen, en natuurlijk is stropen of dieren exporteren (vooral naar China) ook verboden, bij wet. Daarvoor is de Wildlife Alliance opgericht, die met hulp van het Cambodiaanse leger, de dieren opspoort, confisceert, en hopelijk een nieuw leven kan geven in het rescue center. Ze stellen alles in het werk om de dieren opnieuw te kunnen vrijlaten in de natuur, maar niet elke diersoort kan terug rehabiliteren, en dan blijven ze in het centrum om er de beste zorgen te krijgen. En dat konden we dus met onze eigen ogen gaan zien. (én gaan spelen met de aapjes, toegegeven, een nog net iets betere incentive voor onze gulle donatie.)

We zijn met een groepje van acht, en onze gids: Nicky. Een Canadese die er vrijwilligerswerk doet, en elke dag de ‘behind the scene tour’ op voortreffelijke manier begeleidt. Zo vertelt ons honderduit over alle verschillende dieren, en hun ‘reddingsverhaal’. Na wat fruit op de markt gekocht te hebben, rijden we het park binnen, en ontmoeten meteen de ambassadrice van het park (zeg maar het ‘stokolifantje’): de olifant Lucky die op stap is met haar verzorger. Wat een zicht! Meteen wordt onze tros bananen bovengehaald, die Lucky in no time verslindt, met huid en haar. Een olifant eet maar liefst 100 kg per dag, die bananen zijn als een soort klein tussendoortje voor haar.

lucky-de-olifant
fre-olifant
Lucky werd gered als klein olifantje, nadat haar moeder werd doodgeschoten door stropers. Lucky werd van jongs af getraind door de hoofdverzorger van het park, en is daardoor zeer vriendelijk voor mensen. De 3 andere olifanten van het park, die we daarna gaan bezoeken, zijn niet van jongs af zo opgeleid, en zijn dus wel degelijk zeer gevaarlijk, en zitten veilig achter een grote omheining.

Er is onder andere een olifantje (ik weet zijn naam niet meer) van 8 jaar dat zijn voorpoot kwijt is, door op een mijn te stappen. Voor hem hebben ze speciaal een protese laten maken, die maar liefst om de 6 maanden moet vervangen worden, omdat de olifant nog groeit natuurlijk. We zien ook hoe Chouk, een groot mannetje, elke dag wordt getraind door de mahouts (olifantentrainers). Aan de hand van beloningen leren ze allerlei ‘choreografiën’, zodat de olifanten goed meegaand zijn als ze verzorgd moeten worden (bijv. De poten nakijken, zodat die niet kunnen ontsteken door een wondje). Positive reinforcement heet dat, en daarbij willen ze vooral ook aantonen dat een olifant niet mishandeld hoeft te worden om volgzaam te zijn, zoals zowat overal elders wordt gedaan. Chouk houdt er wel nog steeds zijn eigen karakter op na, en staat doodleuk met zijn slurf ons te besproeien met speeksel…
protese

chouk-pootje

chouk-slurf
Het strafste ‘truukje’ dat ze Lucky hebben aangeleerd, is dat ze kan schilderen! Wij krijgen allemaal een witte T-shirt aangemeten, en Lucky krijgt een penseel tussen haar slurf, waarmee ze ons met verf bekladdert. Geweldig! Olifantenkunst om mee naar huis te nemen…
fre-schilderen caro-olifant

We passeren voorbij een heleboel dieren zoals pythons, Aziatische beren en luipaarden, steeds voorzien van een nuttig woordje uitleg van Nicky. In het park zitten zowat 1200 dieren, dus ze allemaal zien is uiteraard onmogelijk. Gelukkig zien we wel een vrouwtjesgibbon, die ook erg blij is om ons te zien: ze laat haar gewillig aaien door ons! Gibbons zijn van nature hele schuwe dieren, maar deze werd opgebracht in een huis, en is mensen dus gewend, meer zelfs: ze denkt dat ze zelf een mens is! Waar andere mensapen zeer aggressief reageren als je hen in de ogen kijkt, of je tanden laat zien, vindt zij dat net leuk. gibbon gibbon-2 fre-gibbon
We gaan ook op bezoek bij Mr. Rong’s tijgers. Deze zitten wel veilig achter omheining, want zijn wel degelijk heel gevaarlijk, enkel Mr. Rong, hun verzorger-van-jongs-af, kunnen ze verdragen. Meer zelfs, één van de mannetjestijgers neemt blijkbaar specifiek aanstoot aan Frederic, en geeft hem een golden shower, haha!

golden-tigershower
We eindigen de dag bij de ‘nursery’, waar de jonge diertjes zitten, geweldig! We zien 2 jonge leopard cats, ‘s werelds kleinste wilde katten. Ze worden ongeveer even groot als onze poezen, en hebben dat geweldig luipaardenpatroon, maar kunnen dus helemaal niet als huisdier gehouden worden (zoals vaak verkeerdelijk wordt gedacht), en zo komen er dus veel terecht in het Wildlife Centre. Eens ze groot genoeg zijn, kunnen ze trouwens heel gemakkelijk terug vrijgelaten worden in de jungle.
leopard cat leopard-cat-2
En dan ontmoeten we de überschattige slow loris: de enigste giftige primaat die er bestaat. Ze maken gif aan in hun ‘ellebogen’, dat dan opgelikt wordt, en verspreid wordt met hun tanden. Mensen willen zo een huisdiertje omdat ze zo schattig zijn, en laten de tanden trekken, met alle kwalijke gevolgen van dien! Als een slow loris klein is, laat het zijn moeder geen seconde los, en vandaar de teddybeer als surrogaatmoeder, schattig toch! Hoe ouder ze worden, hoe verder ze weg gaan, maar ze zullen er wel voor zorgen dat ze de moeder (of teddy) nog altijd met één handje raken.

slow-loris-2
Met nog één laatste ontmoeting zit onze geweldige dag er weeral op, maar wat voor één: met de jonge makaken. We hebben fruit mee, en krijgen de instructie niet te opgewonden te geraken, te luid te lachen of roepen, want dat zou de aapjes alleen maar gekker maken. Maar allemaal geen baat: eens wij de kooi betreden, worden de 3 aapjes helemaal gek, en springen wild op ons rond (ideale springplanken, mensen!), wringen het fruit uit onze handen en zwaaien wild in het rond. Maar het is echt zo geweldig! Zoals dat ene aapje dat aan de touwtjes van mijn broek gaat hangen, en wild in het rond draait. En ja, er vliegt plots ook apenkak in het rond, tja… En de mannen worden gevlooid, haha! Echt om nooit te vergeten. ‘s Avonds terug in Phnom Penh wel eens goed gedoucht.

monkey-caro-2 monkey-caro monkey-vlooien
Er staat geweldig veel info op hun website, en de Facebook pagina is ook heel leuk om te volgen.

prison-7

Cambodia’s zwarte bladzijde

Ik heb al eens een blogpostje geschreven over het vervoer in Vietnam en Laos, maar in Cambodia kunnen ze ook wat van. De wegen zijn er over het algemeen een stuk minder! Om van Kratie naar Phnom Penh te rijden waren er 2 opties. Namelijk de mini-van die er 4 uur over doet en den coach die er 7,5 uur over doet. Met lichte tegenzin toch maar de mini-van optie gekozen die op 10h vertrok, want 7,5 uur is toch wel heel lang dachten we. De mini-vans worden waarschijnlijk om CO2-technische redenen helemaal volgepropt zowel met personen als bagage. 3-persoonsbanken worden verkocht voor 4 zitjes. Wil je dus op een enigszins normale manier kunnen zitten moet je voor 3 plaatsen betalen… Reistijden correct inschatten is niet hun sterkste punt en in plaats van om 10h te vertrekken bleven we eerst nog een uurtje staan op het dorpsplein om nog een aantal andere slachtoffers te ronselen. Uiteindelijk bereikten we een 6,5 uur later Phnom Penh. Gelukkig zijn we daar een eerlijke tuktuk chauffeur tegengekomen die ook nog een 45 min heeft moeten rijden voor we ons, het mag gezegd, prachtige hotel bereikten.

phnom-penh
Phnom Penh

De volgende dag fietsen gehuurd omdat rondwandelen in deze stad echt geen evidentie is. Voetpaden zijn niet bedoeld voor voetgangers want wandelen is aan de gemiddelde Zuid-Oost Aziër niet echt besteed, die neemt liever zijn ‘motorbike’.

Phnom Penh bezoeken houdt ook in geconfronteerd worden met recente geschiedenis van de Rode Khmer (RK). In April 1975 toen de RK de vorige machthebbers verdreven hadden, moest iedereen op het platte land gaan werken in communes. Alle geletterden en grofweg iedereen die de mogelijkheid had om een revolutie te starten werd onmiddellijk vermoord. De andere werden verplicht in mensonwaardige omstandigheden en met zo weinig mogelijk eten, rijst te gaan verbouwen. Willekeurig werden er mensen uitgekozen die naar folterkampen gestuurd werden.

Zo is er in Phnom Penh het Tuolsleng Genocide Museum, kortweg S-21.
prison-5
Folterkamer
prison-4
Onze gids toont waar hij dwangarbeid moest gaan doen
prison-1
Uitzicht over S-21, dat daarvoor een middelbare school was

Hier kregen we een rondleiding van een lokale gids die zelf geleden had onder de RK. Hij mag het dan wel overleefd hebben. Voor hem was het niet meer mogelijk zijn droom om ooit dokter te worden, waar te maken. Er waren trouwens maar 6 gevangenen die het konden na vertellen. Ze werden gemarteld tot ze een verklaring tekenden dat ze spionnen waren en liefst nog een aantal andere namen genoemd hadden. De gevangenis zelf is onaangeroerd gebleven na de bevrijding door de Vietnamezen in 1979 en is mede daardoor een griezelige herinnering waartoe te mensheid in staat is.

prison-6
De Khmer Rouge hield gedetailleerde dossiers bij van iedereen die in de gevangenis passeerde en geëxectueerd werd. 
prison-3 prison-2

Nog aandoenlijker waren de Killing Fields: deze locatie ligt een 10-tal km buiten de stad. Je krijgt er een audioguide en de hele geschiedenis wordt uit de doeken gedaan. Centraal werd een mausoleum opgericht waar de opgegraven stoffelijke resten in bewaard worden. Op de schedels is te zien met welk ‘wapen’ de mensen vermoord werden. Dit gebeurde uitsluitend met landbouwwerktuigen omdat kogels gespaard werden, vanwege te duur. Soms leefden de mensen nog wanneer ze in de massagevragen gegooid werden en strooiden de bewakers DDT over de lichamen om hen te doden.

killing-fields-6
3 meisjes wandelen tussen de opgegraven massagraven door, op de achtergrond het mausoleum. 
killing-fields-5
Restanten van beenderen en kledij die nog dagelijks aan de oppervlakte komen. 
killing-fields-3
Botten zijn nog steeds zichtbaar onder de wandelpaden, evenals oude kledingstukken van de slachtoffers.

killing-fields-4 killing-fields-2 killing-fields-1
Uiteindelijk werden de RK van de macht verdreven in 1979 door de Vietnamezen. Slechts 3 jaar, 10 maanden en 20 dagen had de RK nodig om tussen de 2 en de 3 miljoen mensen te vermoorden. (van een totale bevolking van 7 miljoen). Een loodzware geschiedenisles!

kratie-freetje

De Mekong Discovery Trail in Kratie

Het logische vervolg op Laos: Cambodia! De grensovergang van Laos naar Cambodia was een makkie: we moesten (of konden) een mannetje betalen die met onze paspoorten een half uurtje voor de bus naar de grens zou vertrekken, en daar alles voor ons zou regelen. Enkel het formuliertje moest vooraf ingevuld worden. Kostprijs: 30$ per persoon, in plaats van de normale 20$, maar eerlijk gezegd kon het ons niet zoveel schelen: bij de overgang van Vietnam naar Laos hebben we daar lang gestaan, terwijl iedereen ons doodleuk voorstak, en de bus daar maar op ons stond te wachten. Nu kwamen we aan de grens, en was ons paspoort al gestempeld en al, vlotjes!

Om niet uren op de bus te zitten en rechtstreeks naar Phnom Penh te gaan, kozen we ervoor om een eerste stop in Kratie te maken. Echt veel is er daar niet te doen, maar langs de Mekong, die door Kratie stroomt, kan je wel het één en ander ontdekken. Het zoeken van een deftig hotelletje, dat ging ook niet vanzelf na een lange dag op een hobbelige bus, en toen het ook nog eens begon te regenen, plooiden we voor onze goedkoopste overnachting tot nu toe (4$!), maar helaas ook in het meest troosteloze oord ooit. Een piepklein kamertje, zonder raam, en met vieze muren vol plekken. De lakens zagen er ook niet vers uit. Welkom in Cambodia!

kratie-dirty-room
Het werd een slapeloze nacht… En ‘s morgens trokken we er dan meteen op uit om een beter hotel te vinden, en met succes: een hele ruime kamer mét uitzicht op de Mekong, top! Ik heb er meteen ook goed gebruik van gemaakt, want ik was stikkapot en maakte ook wat koorts. Het werd dus een dagje niksen en bijslapen, soms heb je dat ook echt wel nodig!

De volgende ochtend, fris uit de veren, en tijd om eens onze eerste echte stappen in Cambodia te zetten: op beter, naar Zuid-Oost Aziatische gewoonte: een brommertochtje te doen.

Overal in de restaurantjes en hotelletjes in Kratie maken ze reclame voor de Mekong Discovery Trail, maar vreemd genoeg is er buiten de posters, bitter weinig informatie over te vinden. De website werkt niet, en het infobureau is ook niet open. Het komt erop neer dat je allerlei activiteiten kan doen langs de Mekong, zoals homestays, eilandjes, fietstochten enz… Maar met de weinige info voor handen, stippelden we ons eigen tochtje uit, en tuften we eerst naar het Mekong Turtle Conservation Centre.

In 2007 ontdekten ze in de Mekong een schildpaddensoort waarvan ze dachten dat die al jaren uitgestorven was: de Mekong softshell turtle. Om deze zeldzame soort te redden, werd het centre uit de grond gestampt, en worden de schildpad-eitjes ‘geholpen’ tot ze groot genoege schildpadjes zijn om te kunnen overleven in de Mekong, die worden dan elk jaar uitgezet eind mei. Een geslaagd project, en leuk om deze vreemde schildpadjes eens met eigen ogen te kunnen zien. In het centrum zaten ook nog enkele andere soorten inheemse schildpadden die je kon bekijken en stukjes fruit geven.

kratie-schildpad-en-fre
Fre en de schildpad hebben “een momentje”. 
kratie-schildpadden
Zoek de 3 schildpadden
kratie-softshell
Een Mekong Softshell schildpadje, als baby. Schattig toch?

Het centrum bevindt zich eigenlijk in een tempel, en die kan je dan gelijk ook even bewonderen: de 100 Pillar Pagoda.
kratie-pagoda kratie-pagoda2 kratie-monnikwash
Terug de brommer op, om de volgende Mekongfauna te (her)ontdekken: de Irrawaddi dolfijn. We maakten al eens kennis met deze guitige zwemmers op Si Phan Don, maar ter hoogte van Kratie leeft er dus ook een grote groep. Je kan een bootje huren en die neemt je dan mee voor een tochtje op de rivier, tot waar de groep zwemt. Motor uit, en genieten van het spektakel om je heen, zalig! Waar er in Laos maar een drietal dolfijnen zwommen, was deze groep veel groter, ook met een kleintje.

kratie-dolfijnen3 kratie-dolfijnen2 kratie-dolfijnen kratie-boatman
Terug onderweg naar huis zien we in de verte in de heuvels een tempel liggen, en rijden we daar dan ook maar even naartoe. Een hele mooie tempel, waar je best wat trappen voor moet overhebben. En met als leuke verrassing als je bovenkomt: aapjes die op de daken rondlopen, wij helemaal in de wolken!

kratie-tempel kratie-monkey
Het was een eenvoudige, maar toch hele leuke dag. Meteen een goede introductie tot Cambodia, terwijl we langs al die hutjes langs de Mekong reden, met veel vriendelijk glimlachende Khmer en al die kindjes die ‘hello’ riepen en uitbundig zwaaiden! Welkom in Cambodia!
kratie-weg
Overal ligt de weg open in Cambodia!

kratie-outfit
De nationale vrouwelijke klederdacht: een soort van pyamapakje (voor overdag) in kleurrijke motieven
kratie-sunset-mekong
Sunset over de Mekong. Schoon toch hé!

lao-tuktuk

Laos: het eindrapport

Waar we eerst van plan waren om 2 à 3 weken in Laos te zijn, werd het toch een volle maand. Er is veel te zien en doen, en kiezen is soms moeilijk :-). We beleefden een aantal hoogtepunten in Laos, maar zijn toch niet echt ‘ingenomen’ door het land. De beroemde vriendelijkheid van de mensen, die ontbrak wat, en het werd al bij al een hele vermoeiende maand. ge-lepeltje

Laos zouden we wel eens ‘het land van de dutjes’ kunnen noemen. De mensen maken er siesta’s waar Spanjaarden jaloers op zouden zijn! In elk winkeltje of zelfs hotel achter de balie, is een matras geïnstalleerd voor als er een uiltje moet geknapt worden. Of in elke tuktuk is er een hangmat geïnstalleerd, voor als er een tukske moet geplaceerd worden. Onze ‘gidsen’ bij The Gibbon Experience kropen ook zo lepeltje tegen mekaar aan, als er een vrij momentje was, frappant!

lao-tuktukske
Pas op, begrijp me niet verkeerd, ik ben zelf fan van de occasionele powernap, maar deze dutters waren echt te gek voor woorden. We hebben het gehad dat we ergens bij een eettentje toekwamen, en er twee meisjes in een hangmat lagen te relaxen. De aanblik van ons, de eerste gasten van de middag, vervulde hen niet meteen met vreugde. Met een luide zucht gingen ze dan maar aan het werk. We hebben met enkele expats gepraat, die zelf Lao in dienst hebben, en dat is hun grootste probleem: hun werknemers gaan zoeken op hun dutjesplekjes en terug aan het werk zetten. Het is natuurlijk best wel grappig en bewonderenswaardig, zo’n laidback volkje, maar als je dan ziet hoe arm ze zijn in Laos, begrijp je niet dat de mensen niet iets meer werklust hebben. Zeker in de toerisme-sector, daar vallen toch behoorlijk wat centjes te rapen? Of is dat nu te kort door de bocht van mij?

lao-longboat
lao-monstertjes
Wij vonden het noorden van Laos absoluut het mooist. Bergachtig, rustig, en daar zijn de mensen wél heel vriendelijk. De trekking in Luang Namtha en de Gibbon Experience gaan we nooit meer vergeten. Ook de slowboat naar Luang Prabang was memorabel. Luang Prabang is een mooie stad, maar het was er wat doods deze tijd van het jaar. Als je er bent, mag je zeker ook de watervallen niet missen daar. Voor wie op souvenirjacht gaat, is de avondmarkt in Luang Prabang een aanrader: een leuke kleurrijke markt, maar bijna alles wat er te kopen valt, is ronduit brol, i.e. van zeer bedenkelijke kwaliteit (ik kocht er een broek die na één dag al helemaal gescheurd was).

lao-markt lao-markt-3 lao-markt-2
Vang Vieng was een absoluut dieptepunt voor mij: rugzaktoerisme gone horribly wrong, maar daar schreef ik ook al eens over. De hoofdstad Vientiane was eigenlijk een beetje saai, er viel echt niet veel te beleven daar. En dan was er de Thakek Motorcycle Loop, waar we hoge verwachtingen van hadden, maar dat viel helaas helemaal in’t water. Tegen dat we in het zuiden van Laos waren, hadden we precies allebei erg veel behoefte aan rust, het was eigenlijk best wel een zware maand geweest, met veel uren op de bus zitten, veel gesleur en natuurlijk vele activiteiten. Die rust konden we gelukkig vinden op Si Phan Don, de 4000 eilandjes in de Mekong.

lao-siphandon
Laos is een erg mooi land, waar heel veel te beleven valt. Het reizen is er niet zo makkelijk als pakweg in Thailand of Vietnam, en je hebt er je tijd wel voor nodig. Maar je krijgt er wel duizenden glimlachjes van lieve kindjes bij, die alles laten vallen om luidkeels ‘sabaidee!!!’ te roepen als je voorbij komt. Terugwuiven en ook zo luid mogelijk sabaidee roepen is de boodschap!

spd-kindjes

beerlao

Het eten in Laos

Laos is het kleine broertje van pakweg Thailand of Vietnam als het op eetcultuur aankomt. Veel gerechten zijn Thaïs geïnspireerd, en misschien net iets minder pittig. Street food is er (helaas) niet echt aan de orde. Wat je vreemd genoeg wél overal kan vinden, zijn smoskes: baguettes met kaas, hesp en groentjes. Invloed van de Fransen en ook wel de rugzaktoeristen me dunkt.

Dat van dat Thaïs geïnspireerd is misschien ook niet helemaal waar, want de Laotiaanse keuken heeft ook een diepe invloed gehad op de Thaïse. Er wonen dan ook vele Lao in voornamelijk het noorden van Thailand. Laos’ nationale gerecht is ‘laap’ (of laab), een salade met gemarineerd vlees of vis, dat je vaak ook op de kaart kan vinden in Thailand. Het vlees wordt fijngehakt, en dan gemarineerd in chili, look, vissaus, galanga (of ook wel gekend als ‘laos’) en limoensap. Het wordt opgebakken, en daarbij komt dan fijngehakte chili, sjalot, citroengras en munt. Een verrassende smaakexplosie, en lekker fris. En vaak afgewerkt met geroosterde uitjes (jaja, zeg maar Bicky-uitjes, zowat mijn favoriete ingrediënt!). De vis-laap wordt soms zelfs met rauwe vis bereid, zoals een céviche, maar daar heb ik me toch niet aan gewaagd. Enerzijds omdat ik niet zo gek ben van riviervis (de enige vis voorhanden in Laos), die modderige smaak, weet je wel, en anderzijds omdat ik het toch niet zo vertrouwde (ik heb een zwakke maag).

laap
Laap, hét nationale gerecht van Laos

De andere constante in de Laotiaanse keuken is ‘sticky rice’, een revelatie! Ik heb hier ondertussen al meer rijst gegeten dan tijdens mijn 30 eerdere levensjaren verzameld denk ik, dus misschien hierna wat minder rijst voor mij graag, behalve dan sticky rice. De rijst wordt gaargestoomd in een rieten mand, en wordt dan gepresenteerd aan tafel in een kleiner mandje. Je neemt er een kleine portie van met je hand, en rolt de rijst dan tot een bolletje, en gebruikt dit om je eten mee op te scheppen, of om in de saus te dippen. De rijst is echt heel smaakvol, en bovendien is het een leuke manier van eten.

Dipsauzen dat is hier trouwens ook ‘iets’: pittige sausjes van tomaat, aubergine of komkommer, te vergelijken misschien met de Mediterraanse keuken, maar dan op smaak gebracht met kruiden van hier. Daar ga ik zeker nog mee experimenteren thuis! Heerlijk trouwens om een balletje sticky rice in te dippen, of een lekker Laotiaans worstje, want dat kunnen ze ook wel: worsten draaien.

papaya
Green papaya salad, waarbij alle ‘natte’ ingrediënten in een grote vijzel worden gedaan, en samengestampt. Ook bekend in de Thaïse en Vietnamese keuken, maar natuurlijk met lokale verschillen. De Laotiaanse versie is niet al te pikant. 
sausage
Heerlijk worstje met een kruidige tomatendip. Very ‘umami’!

De beste Laotiaanse keuken die proefden we van Koh, onze gids in Luang Namtha, die de heerlijkste dingen uit plastieken zakjes toverde en ons presenteerde op een groot bananenblad tijdens onze trekking. Of zoek je een etablissement waar je ten minste toch je benen onder tafel kan schuiven, is Makphet een aanrader. Een restaurant in Vientiane, waar jongeren met een paar streepjes op hun kerfstok een nieuwe stiel aangeleerd krijgen als kok of garçon. Verrassend creatieve keuken (of zeg: authentieke Lao keuken op een creatieve manier gebracht) en ja hoor, zeer attente bediening!

triathlon
Koh maakte een heerlijk frisse komkommersalade met daarbij een zeer lekkere auberginedip. En uiteraard met sticky rice erbij!

Tenslotte zeker ook nog een eervolle vermelding voor het verfrissende Beerlao, een echte pint ‘comme il faut’. De Tsjechen zouden indertijd komen aanleren zijn hoe je een pils maakt, en met succes! Er bestaat zelfs een donkere variant. Het enige “gevaar” als je een Beerlao bestelt, is dat je wel eens een fles van 670 ml voor je neus kan krijgen. Wij leerden snel bij, en bestelden er steevast twee glazen bij, om te kunnen delen. En daarna bestelden we er nog één bij… kwestie van steeds een frisse pint voorhanden te hebben, ah ja!
beerlao

spd-water

Been there, Don Det!

Na de Thakek Motorcycle loop, belandden we een half dagje Pakse, naar mijn mening één van de beter onderhouden “steden” in Laos met een gezellige atmosfeer. Toen we daar ‘s avonds rondliepen zijn we daar heel vreemde dieren tegengekomen. Ze zaten gewoon in een kooi, die rond een boom was gebouwd. Nog het best te omschrijven als een kruising tussen en das en een bever. Later hebben zijn we te weten gekomen dat het een cat bear is… Best wel zielig zoals ze daar in die kooi zaten.
catbear
Volgende ochtend vroeg opgestaan we waren absoluut klaar om een beetje te gaan relaxen op één van de vierduizend eilandjes, een gigantische verzameling eilandjes in de Mekong, op de grens van Laos en Cambodia. Het eilandje dat daarvoor dienst moest doen was Don Khong. Volgens onze reisgids een stuk rustiger als Don Det en niet vergeven van de ‘backpackers’.

Op de bus daarheen nog een leuk koppel tegengekomen. Streekgenoten die zowaar de zelfde school gezeten hadden, als dat niet direct een band schept dan weet ik het ook niet meer. Eerste halte de overzet naar Don Khong en toen wij de enige twee waren die uitstapten wisten we wel dat het er rustig ging zijn :).
spd-sunset2
Snel een leuk hotelletje gevonden aan een heel redelijke prijs. Geweldig eindelijk een plaatsje waar we enkele dagen kunnen uitblazen. In de namiddag een brommertje gehuurd voor even rond het eiland te rijden, een 40-tal km. De plaatselijke brommermarchant had ons aangeraden 2 liter benzine te kopen maar voor slechts 40 kilometer: 1 liter leek mij meer dan voldoende :). Hoe dan ook we waren nog maar goed en wel vertrokken of dikke wolken pakten samen en niet lang meer voor ons een kletterend onweder te wachten stond. We hadden nog net op tijd een huisje bereikt en onze spullen in de bak van onze brommer gestoken. Daar een watertje besteld. Na het enorm zware onweder snel iets zoeken om aan de locals te geven voor het onderdak en ons glaasje water. Helaas weigerde de koffer halsstarrig dienst. Maar echt kwalijk leken ze het ons gelukkig niet te nemen. Eén liter bleek overigens voldoende om het rustige met rijstvelden bezaaide eilandje te verkennen. Terug aangekomen bij de brommerverhuurder, zag die er na even proberen het hopeloze van de kofferbak-situatie in en zijn we naar een service point gereden. Daar hebben ze het na een half uurtje prullen de bak open gekregen. Leve Chinese brommers!
spd-landschap spd-kindjes spd-rijst spd-wolken
6u15 in de morgen is klaarblijkelijk het ideale uur om grootscheepse verbouwingen aan te vatten. Tot zover ons perfecte eilandje. En aangezien er maar 1 straat was met hotelletjes, was verhuizen ook niet echt een optie. Dus snel onze spullen ingepakt en vertrokken naar Don Det. Daar rond de middag aangekomen en ons geïnstalleerd in een gezellig uitziend hutje. Helaas wel duurder en zonder airco deze keer…

spd-hotel
Toen we besloten hadden om het eiland even te verkennen en de zonsondergang op de Mekong te aanschouwen zijn we onze Antwerpse vrienden terug tegengekomen. Ze waren zeer tevreden over de kajak trip geboekt bij Wonderful Tours. Dat maakte het dan ook wel makkelijk voor ons, zo moesten we niet nodeloos alle booking agencies aflopen. ‘s Avonds Indisch gaan eten en later was het dan tijd voor de wedstrijd België vs Argentinië op groot scherm. Waarschijnlijk de schuld van die zatte brit die heel de tijd voor ons beeld kwam staan, dat we verloren zijn!

Volgende ochtend vroeg uit te veren. Ontbijt was namelijk inbegrepen. Daarna de kajaks in, naar de eerste, kleinere waterval. Daar hadden de vissers fish traps geplaatst, om hun werk een beetje makkelijker te maken neem ik aan.
spd-waterval-2 spd-visval spd-water
spd-visje
Volgende stop dolfijnen: in de Mekong zwemmen op deze plek enkele zeldzame zoetwaterdolfijnen. Iedereen leek ze te zien behalve Caroline. Al was dit gelukkig van korte duur, na even rondpeddelen zijn ze toch een aantal keer goeiedag komen zeggen. Het eten kregen we aan de Cambodjaanse kant van de grens. Met jawel, zicht op de dolfijnen (en helaas geen telelens om ze deftig te kunnen fotograferen…)
spd-bootjes spd-kayak
Na het krachtvoer (rijst of wat had je gedacht) was het tijd om opnieuw in de kajak te springen. Daarna met de tuk tuk naar de 2de best wel indrukwekkend waterval. Wat daar wel in het oog sprong waren de kleine kindjes, meer dan 8 à 9 jaar schat ik ze niet, die van alles en nog wat proeren te verkopen aan de toeristen. Helaas kopen vooral de Aziatische toeristen dingen bij deze kinderen. Op deze manier gaan de kinderen dus niet naar school maar staan ze al van jongs af aan te leuren…

spd-loopbrug
spd-waterval
Na nog een laatste oversteektocht kwam er een einde aan de dagtrip. Moe maar tevreden konden we terugkijken op één van de beste trips die we misschien al weg gedaan hadden. Slechts 15 euro, heel goede gids. Sprak misschien wel het beste Engels dat we al tegengekomen waren in Laos zowaar met Brits accent!

Zo dat was onze doortocht van de 4000 eilandjes. De volgende dag was het tijd om officieel de grens met Cambodia over te steken. Heerlijk toch het even rustiger aan doen…
spd-sunset3 spd-regenboog

thakek-elephant-cave

De Thakek Motorcycle Loop

Als er iets is dat heel wat andere reizigers die we onderweg in Laos tegenkwamen aanraadden, dan is het de Thakek Motorcycle Loop wel. Het is een brommertocht van 3 à 4 dagen door minder toeristisch gebied, en in een handige cirkel, zodat je nooit dezelfde weg hoeft terug te rijden.

In Thailand deden we enkele jaren geleden een gelijkaardige loop rond Chiang Mai, maar dan volledig zelf uitgestippeld. Eén van onze memorabelste reiservaringen ooit, dus de Thakek loop stond zeker op ons to do-lijstje!

Thakek zelf is een weinig interessant stadje langs de Mekong. Zowat elke reiziger die de loop wilt doen, belandt bij guesthouse Travellodge, alwaar een ‘Thakek Motorcycle Loop logboek’ ligt, zeg maar de bijbel voor wie er zelf aan wilt beginnen. Een rijk geïllustreerd boek, gemaakt door brommerrijders voor ons. Het is wel leuk om eens door te bladeren, maar uiteindelijk maak je toch gewoon je ervaring zelf, dus zo’n meerwaarde was het niet voor ons. Laat staan Travellodge zelf: zeker geen goede prijs/kwaliteit en eigenlijk gewoon echt een scruffy, vuile plek. We zijn er dan ook maar één nacht gebleven, alvoor wij aan onze loop begonnen.

thakek-kaart
Naast de Travellodge was er gemakkelijkheidshalve een brommerverhuur, bij Mr. Ku. Een zeer vriendelijke Lao die ons een handig kaartje gaf, en enkele tips. Hij drukte ons ook op het hart dat we hem zeker moesten bellen als we ergens in panne zouden vallen, hij heeft overal wel zijn ‘mannetjes’ langs de loop die ons uit de nood zouden kunnen helpen. Toch alvast geruststellend!

thakek-freetje thakek-dag-1 thakek-dag-1-2 thakek-landschap

thakek-freetje-2
Wij namen de loop in tegenwijzerzin, en zouden onze eerste etappe halt houden in het dorpje Tha Lang. Prachtig weer, een brommer die vlotjes snort, en onze eerste 100 km zaten er zo op. Langs deze weg waren een heleboel grotten te bezichtigen, en een ‘swimming hole’, maar in ons ‘rij-enthousiasme’ hebben we die aan ons laten voorbijgaan (en ook wel omdat we al zoveel grotten gezien hebben). De landschappen waren ronduit prachtig! Lunchen deden we in een klein dorpje (Nakai), waar zowaar een restaurantje van een Belg was! Daarna moesten we nog maar een 20 km doen, en zagen we het landschap veranderen door de slash&burn cultuur: heelder stukken tropisch woud worden weggebrand om landbouwgrond van te maken, en in de laatste 5 jaar is er daar ook een waterkrachtcentrale gebouwd, met een gigantisch stuwmeer aan. Jammerlijke praktijken, maar het geeft wel vreemde, desolate landschapsbeelden:

thakek-slash thakek-slash-3 thakek-slash-2
Overnachten doen we in het Sabaidee Guesthouse, veelvuldig aangeraden in het logboek. Een gezellig plekje, maar weer niet al te proper helaas. Er is wel een petanquebaan, alwaar ik mijn lief twee partijtjes in het stof doe bijten, ha!

Na de opwarmingsetappe begon het zwaardere werk: 65 km maar deze keer, maar wel heel het stuk over onverharde weg. De ene keer zandweg, dan weer stukken weg in opbouw, soms eens een strookje asfalt net breed genoeg voor een brommer, en dan weer diepe modder. Aan nog geen 15 km/h ploeteren we voort. In de namiddag begint het ook nog goed te regenen, waardoor we nog meer modderpoelen krijgen. Best wel uitdagend dus! En het moeilijkste stuk was dan wel die 8 km modderwegje dat we eigenlijk niet moesten nemen, omdat we het overnachtdorpje per ongeluk al voorbij gereden waren, oeps! Maar alles ging vlotjes, en het was wel een leuke uitdaging! Het stadje Laksao stelt echt niet veel voor, en we hadden zelfs moeite om ‘s avonds iets deftig te vinden om te eten.

thakek-muddy thakek-ninja thakek-regen
Dag 3 zou een gemakkelijke etappe worden, met maar 100 km voor de boeg, maar dat was buiten de onophoudende regen gerekend! Van 9u ‘s morgens tot 14u ‘s middags heeft het eigenlijk non stop gegoten, en dus niet echt leuk om door te rijden. Ook nu laten we de bezienswaardigheden aan ons voorbij gaan. Tegen 15u bereiken we het volgende stadje, en breekt de zon zowaar door de wolken! Eindelijk wat kunnen opdrogen! We hebben eigenlijk nog niet veel zin om te stoppen, en besluiten al een stukje verder te rijden, en onderweg een overnachtingsplaats te zoeken…

thakek-regen-2 thakek-schuilen thakek-eendjes thakek-caro
Weinig succes daar, allemaal uiterst verlaten hotelletjes zonder een greintje charme. En zo staan we na 210 km rijden op één dag terug in Thakek! We hebben onze brommer nog voor één dag gehuurd, en besluiten om de volgende dag dan maar het eerste stuk van de loop nog eens te doen (ook het mooiste stuk!), en deze keer wél langs de bezienswaardigheden te stoppen.

thakek-elephant-cave thakek-koetjes thakek-elephant-2 thakek-ventje
Maar helaas, de weergoden zitten die dag ook niet mee, en na één grot bezocht te hebben, begint het weer te gieten (en ziet het er niet naar uit dat het meteen terug gaat stoppen). Als half verzopen kiekens druipen we terug af richting Thakek, en bij overmaat van ramp, valt de ketting van Frederic’s brommer er ook nog eens af. Snel gemaakt, maar hij voelde dat de ketting het niet lang meer zou houden. En dat was dan het einde van onze loop.

De Thakek Motorcycle Loop is een prachtig stukje (authentiek) Laos, en op zich al zeker de moeite om al die knappe landschappen al brommerend in je op te nemen. En er is nog veel meer aan, maar dat hebben wij dan een beetje gemist door de weersomstandigheden, jammer! Maar desalniettemin zeker een aanrader dus!

Meer Posts